Kwetsbaarheid

Griep. Rust. Loslaten. Overgeven.

Ik voel mijn allereerste échte blog aankomen. Mooi. En spannend, dat ook. Want dat betekent, als ik het knopje publiceren aanklik, dat ik ook gelijk mijn site en mijn praktijk presenteer. Ontzettend spannend vind ik dat. Zichtbaar worden; mij laten zien. Ook al is het nog niet allemaal perfect, klaar en toonbaar. Dat maakt dat anderen er iets van kunnen ‘vinden’ en erover kunnen oordelen en dat is nou nét wat ik zo spannend vind, maar ik doe het toch… Kwetsbaarheid, laat ik mij maar kwetsbaar opstellen dan.

Ik heb het druk gehad, té druk. Ik voelde het al een paar weken. Ik combineer een drukke baan met het opzetten van mijn praktijk. Vrijdag wenste ik dat ik ziek zou worden, rust zou hebben en lekker op de bank kon hangen. Uw gebeden zijn verhoord mevrouw ter Berg-Hek. Hmm, beetje jammer, want wilde ik dit nou echt?

Toen de eerste griep symptomen zich aandienden baalde ik er al van. Ineens het besef dat ik bepaalde dingen van het werk helemaal niet los wil laten. Ik wilde gewoon even rust. Té druk zijn geeft stress, té lang stress maakt je kwetsbaar; het tast je immuunsysteem aan. Het lichaam trapt op de rem als je het zelf niet doet.

Nu zit ik dus al twee dagen belabberd op de bank - maar eerlijk is eerlijk - het geeft wel rust. Nu ik me er niet meer tegen verzet en mij overgeef valt er veel van me af en ontstaat er ruimte. Ook ruimte voor geluk. En geluk zit voor mij in kleine dingen. Ik maakte vanmorgen een wandeling met de hond en kon zijn enthousiasme en blijdschap voelen en zien toen ik de riem bij het bos los klikte.

Ik belabberd en koortsig in een veel te wijde joggingsbroek en de hond enorm blij en enthousiast. Het deed mij glimlachen. Bij het zoeken naar een droog paadje, een shortcut om de kortste weg naar huis te vinden, ontdekte ik ineens een nieuw paadje in het bos waar ik drie keer per dag doorheen loop. Weer een glimlach. En om het feest helemaal compleet te maken hoorde ik het voorjaarsgezang van de vogels; het túút tuut, túút tuut, van de koolmezen. De vogels zingen al weken maar nu hoorde ik ze echt, bewust, ik luisterde naar ze. In bijna iedere boom van het stukje dorp naar mijn huis zat een roodborst te fluiten met haar melodieuze deuntje met de nét iets te lange pauzes er tussen. Als kers op de taart waren daar dicht bij huis de spreeuwen die heel zachtjes de wad- en weidevogels zaten te imiteren. Genieten. Het was er al maar ik kon het niet horen. Nu wel. Geluiden die herinneringen wakker maken.

Met een enorme rust en grote glimlach kwam ik thuis. En daar aangekomen besefte ik mij dat ik óók zo blij ben met de voorjaarsbolletjes in mijn tuin. Door de nieuwe erfscheiding hebben we een stukje tuin van mijn vroegere buurvrouw Klasien gekregen. Rijkelijk vol met voorjaarsbloeiers. Klasien van witte Sil. Mooi dat die bloemen mij aan haar herinneren. Tenger, broos maar altijd heel opgewekt, dat was buurvrouw Klasien. Nooit een kwaad woord, altijd heel vriendelijk. Zo’n vrouw bij wie het gezicht altijd glimlacht, altíjd. Buurvrouw Klasien was ook ooit jong geweest, eens vertelde ze het verhaal – en dat heeft een reuze indruk op mij gemaakt – dat ze toen ze jong was achter een duintje ging liggen om een zeehond te besluipen. Mijn lieve, zachte, vriendelijke buurvrouw Klasien. En dat ze -en daar komt het gruwelijke stuk- de zeehond doodknuppelde want het pelsje bracht een kwartje, gulden of rijksdaalder op. “Dat was een hoop geld in die tijd hoor”, “Zo ging dat toen, we hadden niet veel”, “Dat was heel normaal, we dachten er niet bij na” en “Ach ja dat is nu wel anders”. Deze herinnering die ze deelde geeft mij een vreemd gevoel, enerzijds de verbazing over de wreedheid en anderzijds de tijdsgeest waarin het gebeurde en waarin dit zo normaal was, ook voor zo’n lief en intens goed mens als mijn vroegere buurvrouw Klasien. Waar zijn we toe in staat als mensen…

In een flits schieten door deze herinnering de misstanden bij de NPO door mijn gedachten en de cursus witte suprematie die ik volg. En ik hoor een echo in mijn hoofd “Dat deden we toen … dat zeiden we toen … dat was heel normaal in die tijd … iedereen deed het”.

Jong zijn, opgroeien in een bepaalde tijd en je bewust worden en andere inzichten krijgen bij het ouder worden. Je éigen inzichten ontwikkelen, los van de gemeenschapszin, de groep waarin je je bevindt, je gezin. De normen en de waarden die daar heersen. Dat doen we hier zo. Dat doen we nou eenmaal zo. Dat is traditie. Waarom? Daarom.

Leren wij onze kinderen dat ze de dingen overdenken? Dat ze mogen kijken met nieuwsgierigheid? Hun eigen visie op de zaken hebben? En zijn we bereid naar onze kinderen te luisteren? Of drukken we het “dat doen we hier nou eenmaal zo” erdoorheen in sommige gevallen? En waarom eigenlijk? Geeft het hun veiligheid? Of onszelf? Of heeft het met iets anders te maken?

Ik heb twee prachtige kinderen op deze aarde gezet. En met mijn bewustwording in bepaalde maatschappelijke thema’s voeren we daar gesprekken over. Zij reageren veelal veel puurder dan ikzelf, laten míj nadenken over wat ik blijkbaar als zoete koek voor waar heb aangenomen. En soms ook merk ik dat ze beïnvloed zijn door de groep, de leraren, social media, door ons als ouders en door mijzelf.

Wie durft er echt te gaan staan in een groep wanneer het merendeel er een andere mening op na houd dan jijzelf? Wie geeft er tegengeluid, spreekt vanuit zijn of haar gevoel een mening uit? Wie belicht er in een groep iets van een andere kant? Het zijn er maar weinig die dit lef hebben. En hoe gaan we over het algemeen met mensen om die zich openlijk kwetsbaar opstellen door iets anders te vinden in een groep? Groepsdynamiek vind ik enorm boeiend, en de dynamiek schijnt al aan te gaan vanaf een ‘groep’ van 3 personen.

Ikzelf laat in een groep ook niet gauw mijn stem horen. Hoewel ik in theorie het systeem snap, gebeurd er iets op gevoelsniveau dat voor angst zorgt. Ik ben bang om uit de groep gezet te worden. Afgekeurd te worden. Voor gek gezet en/of voor gek verklaard te worden. En uit de groep gedonderd worden, dát willen maar weinig mensen, ik in ieder geval niet. Dit blijkt een overblijfsel te zijn van heel lang geleden, in je eentje was je zwakker, met meerdere mensen overleefde je makkelijker een aanval van een wild dier of voorzag je makkelijker in je voedselvoorziening; het vangen van een wild dier. Kuddedieren, die de veiligheid van de groep nodig hebben, dat zijn wij dus ook. En wordt je naar de rand van de kudde gedreven, dan geniet je minder veiligheid en ben jij de eerste die straks wordt opgevreten door een leeuw, of een beer of een wat dan ook…

Ikzelf laat dus ook niet zo gauw mijn tegengeluid horen als ik het ergens niet mee eens ben in een groep. Ik zou het wel willen hoor, maar de onderliggende angst is vaak groter dan mijn moed. Totdat er iemand opstaat die iets zegt waarvan ik tot in de puntjes van mijn tenen kan voelen ‘Ja! Dat ja! Dat vind ik ook!” Zoals van de week bij Spijkers met koppen op radio 1, waar cabaretier Vera van Zelm een snaar bij mij raakt die ineens heel hard “Ja, dat vind ik ook!” roept. Of zelfs wat wakker maakte dat tevoorschijn kwam uit een onderbewust iets in mij.

Want ook ik dacht: “Ach zo ging dat in die tijd, dat was heel normaal in die tijd, dat hoort er gewoon bij. Daar moet je niet zo zwaar aan tillen. Ach hij? Hij doet dat altijd, trek je er maar niets van aan. Je zal het er zelf wel naar gemaakt hebben. Doe nou maar gewoon heel erg je best“.

Macht, onzichtbare systemen waar we onderdeel van zijn, opgebouwd in het verleden, die we met zijn allen ‘gewoon’ laten gebeuren en in stand houden, want zo doen we het hier nou eenmaal. We hebben er vaak helemaal geen zicht meer op. We hebben er een waarheid aan gehangen. Een oordeel. En wijk je daar van af dan kan dat je kwetsbaar maken. Kwetsbaar in de groep.

En als er ooit iemand zegt dat je stoppen moet met je dromen

Dat je wereld vol en smerig is en dat je nooit heel ver gaat komen

Dat je moet waken, waken want de toekomst

Is alleen voor zij die spaart

Nou we sparen door voor morgen en vergeten, leven is vandaag

Dus geef je hart niet zomaar weg, wees niet te slecht van vertrouwen

De waarheid is niet wat je leest maar dat waar jij op bent gaan bouwen

De waarheid is niet wat je leest maar dat waar jij van bent gaan houden

Racoon